Nadere toetsing en vergunning

Nadere toetsing en vergunning
Indien uit een voortoets blijkt dat negatieve effecten van het plan op Natura 2000-waarden niet uit te sluiten zijn, is een nadere toetsing aan de Natuurbeschermingswet noodzakelijk. Deze nadere toetsing vindt plaats door middel van een verslechteringstoets of een passende beoordeling. Het verschil tussen een verslechteringstoets en een passende beoordeling is de verwachte doorwerking van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-waarden. Hiervoor dient te worden ingeschat of de negatieve effecten al dan niet significant zijn. Van significantie is sprake als negatieve effecten op populatieniveau van Natura 2000-waarden niet uitgesloten kunnen worden.

Als uit de voortoets blijkt dat er kans is op niet-significante negatieve effecten moet een verslechteringstoets uitgevoerd worden waarin de negatieve effecten in kaart worden gebracht. Als significant negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, moet een passende beoordeling gedaan worden. Hierin moeten met behulp van wetenschappelijke kennis de effecten van alle aspecten van het project op de instandhoudingsdoelen in kaart gebracht worden.

Indien sprake is van niet-significant negatieve effecten is een vergunning noodzakelijk. Indien uit de passende beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten niet zijn uit te sluiten is eveneens een vergunning nodig. Deze wordt alleen gegeven als blijkt dat er geen alternatieve oplossingen zijn, er een dwingende reden van groot openbaar belang is of er compensatie is voor de significant negatieve effecten.

Onze deskundige ecologen doorlopen graag de toetsingsprocedure voor u, geven u op basis hiervan een gedegen advies en kunnen een vergunning Natuurbeschermingswet voor u aanvragen.