Overslaan en naar de inhoud gaan

Onderzoek naar de meervleermuis in de randmeren

ATKB gaat in opdracht van Rijkswaterstaat aan de slag met een onderzoek naar de meervleermuis (Myotis dasycneme) in de randmeren, met een eerste focus op het Zwarte Meer en de Veluwerandmeren. Het is nog niet goed bekend hoe het met de meervleermuis gaat in de Natura 2000-gebieden van de randmeren. Hoewel de soort beschermd is, ontbreekt gerichte monitoring. Voor betere bescherming is inzicht nodig in waar de meervleermuis voorkomt, waar hij jaagt en hoeveel dieren gebruik maken van de gebieden.

Hoe doen we onderzoek naar de meervleermuis?

  • Met batloggers worden geluiden van meervleermuizen opgenomen langs de oever. Zo wordt duidelijk waar ze jagen en wat hun foerageergebied is.
  • Op vaste punten tellen we meervleermuizen die van en naar de specifieke Natura 2000-gebieden vliegen. Dit geeft inzicht in aantallen.
  • We doen dit jaar voor het eerst onderzoek. Door dit meerdere jaren te herhalen, ontstaat een betrouwbaar beeld van trends.

Uiteindelijk willen we daarmee in kaart brengen hoe meervleermuizen het randmerengebied gebruiken, hoe de populatie zich ontwikkelt en wat de kwaliteit van dit gebied is voor de meervleermuis.

Waarom juist de randmeren?

De monitoring start bij het Zwarte Meer, waar meervleermuizen voorkomen en bij de Veluwerandmeren, waar weinig informatie over vleermuizen beschikbaar is. Door deze gebieden te combineren, bouwen we inzicht op in zowel bekende als minder onderzochte gebieden.

Met dit verkregen inzicht kan Rijkswaterstaat uiteindelijk beter onderbouwde keuzes maken in het beheer van de gebieden waar de meervleermuis gebruik van maakt.